Menu



Preken
Informatie over de kerkdienst
Voorganger:Ds. J. Henzen
Datum:zondag 2 mei 2010
Plaats:Adventskerk
Eerste schriftlezing:Exodus 19: 1-7
Tweede schriftlezing:Hebreeën 10: 32-39
Aanvangslied: Psalm 118: 1
Na Votum: Psalm 118: 5
Na Verootmoediging: Gez. 437: 1
Na Genadeverk.: Gez. 437: 2
Na Gebod: Gez. 437: 3
Na Schriftl.: Psalm 66: 1 en 2
Na Verkondiging: Gez. 6: 1, 4 en 5
Slotlied: Gez. 429: 1 en 3
Zegen.
Na de zegen zingen we het 'Wilhelmus' (Gez. 411: 1 en 6)



Het eerste vers van Exodus 19 doet mij denken aan het afscheidsetentje met de 17-Plussers anderhalve week geleden. In de loop van de avond kwam het gesprek op de verkering van twee van hen. En toen ik ze vroeg hoelang ze nu al een vriend of een vriendin hadden, antwoordde de één: "Zo'n 14 maanden" en de ander: "Morgen precies 4 maanden, twee weken en een dag".
Morgen precies twee maanden, twee weken en een dag geleden is het begonnen.
Mooi hè, als je dat zo op de dag af weet, toch eigenlijk wel heel wat anders dan als, zeker aan ons mannen, de vraag gesteld wordt hoelang ze nou eigenlijk getrouwd zijn. Vaak wordt dat echt een terugtellen en sommigen weten zelfs de exacte datum niet eens meer. En dan de teleurstelling bij de vrouw als ze op de trouwdag een bloemetje had verwacht, maar dat manlief die trouwdag toch echt vergeten was.
Ja gemeente, zo gaat het vaak, het hele bijzondere gaat ervan af en wordt al gauw heel gewoon.
En ja, dat hele gewone wordt doorbroken en iets van dat hele bijzondere komt weer terug als we 12,5 jaar getrouwd zijn of 25 of 50. Van die jubilea waarop je terugdenkt aan hoe het ook alweer gegaan is, hoe je die ander al een tijdje op het oog had en smoorverliefd was en dat je hem of haar zag zitten op de galerij achter, links of rechts hier in de Adventskerk of dat je die ander tegen het lijf liep tijdens een wandeling van de ene kant naar de andere kant van het dorp. Of dat het wat geworden was toen je samen aan het zwieren was op het ijs.
Opeens komt alles weer in herinnering, zie je weer voor je hoe het ging en krijg je weer datzelfde gevoel en heel vaak opeens ook weer dat besef hoe belangrijk en bijzonder die ander niet alleen voor je was, maar nog steeds voor je ís!
Vieren en gedenken en het opnieuw beleven alsof het de dag van gister is, vieren en gedenken en het opnieuw beleven en je er weer van bewust worden dat je leven op dat moment een andere en nieuwe wending kreeg.
Toen je verkering met die jongen of dat meisje kreeg, toen je trouwde, maar ook, zoals we in de komende week vieren: Toen er op 5 mei 1945 een einde aan de oorlog kwam en ons land na een bezettingsperiode van vijf jaar werd bevrijd.
En de avond ervoor is er dan het gedenken van hen die niet alleen in de Tweede Wereldoorlog, maar ook in conflicten daarna voor de vrijheid vochten en die strijd met hun leven moesten bekopen.
Wat als al die mensen dat niet hadden gedaan? Wat als de bezetting van ons land niet tot een einde was gekomen?
We gedenken, en dat is een moment van bezinning, dat de vrijheid waarin we leven niet vanzelfsprekend is en dat het ook vandaag en morgen onze opdracht is om die vrijheid voor onszelf en voor elkaar te bewaren.
En we vieren, en dat is een moment van dankbaarheid en vreugde, dat wat er toen gebeurd is het leven van de mensen toen, en daarmee ook onze levens, een nieuwe wending heeft gegeven.
"Als de dag van gisteren", zegt iemand die het aan den lijve heeft meegemaakt, maar die het door alle dagelijkse beslommeringen bijna vergeten was.
"Morgen precies vier maanden, twee weken en een dag", zegt de jongen als antwoord op de vraag sinds wanneer hij verkering heeft en wat is hij blij met zijn vriendin en wat geeft dat een kleur en een kracht aan het leven.
En dan lezen we in het 1e vers van Exodus 19: "In de derde maand, op precies dezelfde dag dat ze uit Egypte waren weggetrokken, kwamen de Israëlieten in de Sinaï-woestijn".
De bevrijding, dat grote gebeuren ligt nog vers in het geheugen, nog iedere dag wordt men wakker met die heerlijke gedachte dat Egypte verleden tijd is en dat het beloofde land de toekomst is. Naar de uitdaging en de zin van het leven hoeft niet te worden gevraagd, want wat de Israëlieten uitstralen is dankbaarheid over wat hun in de vrijheid gegeven is en levenslust om die vrijheid te benutten.
Is het dan erg als je terechtkomt in de Sinaï-woestijn, stel je dan vragen over hoe het gaan zal als in de hitte en droogte van de woestijn alle voorraad aan voedsel en water op is en er in geen velden of wegen bronnen of oases zijn te ontdekken?
Weet u wat mij nogal eens opvalt als ik met een jong stel het de huwelijksdienst aan het voorbereiden zijn?
Dat ze de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien en dat ze vast van plan zijn om tegenslagen te overwinnen, want ze hebben elkáár toch, toen en op die plaats hebben ze elkaar gevonden en samen zijn ze sterk en kunnen ze alles aan.
En de Israëlieten, zo op de drempel in de richting van de Sinaï-woestijn?
Ik ben ervan overtuigd: Er is het vertrouwen dat het goedkomen zal, dat er een God is die voor hen zorgt, want wat vers in het geheugen ligt is die bijzondere ervaring dat het precies drie maanden geleden is dat ze uit Egypte waren weggetrokken en dat het de Here Zelf was die hen op een wonderlijke wijze heeft bevrijd.
Niet voor niets is het eerste wat de Here op de berg Sinaï Mozes, en met hem heel het volk, toeroept: "Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij Mij hebt gebracht".
Herinner je hoe het was toen je onderdrukt werd en je gebukt ging onder de heerschappij van vreemde machten. Herinner je het moment van de bevrijding, dat moment van uitzinnige vreugde en diepe dankbaarheid, waarop het uitzichtsloze leven een wending kreeg en er zicht kwam op een nieuwe toekomst!
Herinner je dat moment waarop je het niet meer zitten zag, maar dan vervolgens die geweldige ervaring dat het God Zelf was die wonderen en tekenen verrichtte en je op adelaarsvleugels droeg.
En dan is het de schrijver van de Brief aan de Hebreeën die schrijft in het 32e vers van het 10e hoofdstuk: "Herinner u de dagen van weleer, toen u, door het licht beschenen, in een moeizame worsteling met het lijden hebt standgehouden". Toen was God er toch ook, toen heeft Hij ons toch ook de kracht en de moed gegeven om door het lijden heen te gaan?
Her-inneren: Opnieuw beseffen hoe groot de liefde van God was en ook ís
Her-inneren: Je opnieuw eigen maken (je toeëigenen) dat het er ook was en dus ook ¡s voor jou.
Herinneren, gedenken en vieren, het is de kracht van het geloof, waarin je als Kerk tegen elkaar zegt en in de wereld getuigt: "Zou Hij die op deze eerste dag van de week precies 1977 jaar en vier weken geleden uit de dood is opgestaan ons niet schenken wat we nodig hebben naar lichaam en ziel en ons als op adelaarsvleugels draagt tot in de schoot van de Vader?