Menu



Preken
Informatie over de kerkdienst
Voorganger:Ds. J. Henzen
Datum:maandag 5 april 2010
Plaats:Adventskerk
Eerste schriftlezing:Exodus 13: 3-10
Tweede schriftlezing:1 Kor. 5: 6-8
Toelichting:Tweede Paasdag
Als er gevraagd wordt naar de kracht niet alleen van het oude Israël, maar ook van het Jodendom van vandaag, dan valt dit in de eerste plaats te beantwoorden met de term 'gedenken'.
Gedenken, terugdenken aan hoe het ook alweer was en elkaar eraan herinneren hoe God Zich steeds opnieuw levengevend en bevrijdend openbaarde. Ja, eerst aan Abram, maar vervolgens aan Izaäk en Jakob, aan Jozef ook en in onze lezing uit Exodus van vanmorgen gaat het over de openbaring aan Mozes.
En iedere keer als het over gedenken gaat, over een terugdenken aan vroegere tijden en gebeurtenissen, dan gaat het om bemoediging en vertroosting, om een vinden van de kracht om verder, om door te gaan.
Van ouders op kinderen steeds opnieuw de geschiedenis en de verhalen waarin het iedere keer gaat om de vraag wie God is en waarom we in Hem geloven. En iedere keer is dan de centrale gedachte dat wat God in het verleden gedaan heeft, Hij ook vandaag en in de toekomst nog doen kan en geloven is dan dat God zijn beloften zal waarmaken.
Geschiedenis en de verhalen dus, maar ook de feesten waarmee gevierd wordt en dan natuurlijk ook de rituele handelingen waarmee herhaald wordt wat in het verleden werd gedaan.
En dan kan het gebeuren dat je viert als alles meezit en voor de wind gaat, maar ook vanuit moeilijke omstandigheden, vanuit tegenslag en verdriet of vanuit situaties van dreiging en onderdrukking.
Grote indruk op mij maakte de geschiedenis die ik onlangs las over één van de vele gebeurtenissen in de Joodse wijk van Warschau in de Tweede Wereldoorlog.
Een toeschouwer deed daarvan het volgende verslag: "Langs de straten van het getto van Warschau werd een troepje Joden voortgedreven, gehuld in verscheurde gebedsmantels. De gestapomannen hadden hen opgepakt toen zij voor de viering van het Paasfeest bijeengekomen waren in een van de volgepakte kamers, die voor de feestdagen veranderd waren in een chassidische synagoge. De gestapomannen hadden hen meegenomen zoals zij hen biddend, gehuld in hun versleten gebedsmantels, hadden aangetroffen en voerden hen nu langs de straten."
Het verhaal gaat triest verder en krijgt een tragisch eind, maar dient als voorbeeld van het feit hoe belangrijk in het Jodendom gedenken en vieren is en dat door alle omstandigheden heen, ja zelfs met de dood voor ogen.
En dan de tekst van vanmorgen die begint met de woorden uit het 3e vers van Exodus 13: "Mozes zei tegen het volk: Blijf deze dag gedenken, de dag waarop u weggetrokken bent uit Egypte, dat slavenland, want met krachtige hand heeft de Heer u daaruit bevrijd'". En dan meteen daarna: "Er mag dan niets gegeten worden dat zuurdesem bevat".
Blijf deze dag gedenken', houdt haar levend door haar te herinneren en elkaar te vertellen wat er toen gebeurd is en door de krachtige hand des Heren is gedaan. Houdt haar levend ook door de handelingen te herhalen die aan de uittocht uit Egypte voorafgingen. Er mag dan niets gegeten worden dat zuurdesem bevat'.
Op het eerste gezicht lijkt deze handeling te duiden op de grote haast waarmee het volk Israël het land van onderdrukking verlaten moest.
Zuurdesem heeft nu eenmaal de tijd nodig om in te werken in het brooddeeg; het deeg moet rijzen en pas daarna kan het gebakken worden tot luchtig en smakelijk brood.
Maar achter het verbod op zuurdesem gaat een heel andere betekenis schuil. Zuurdesem is wat anders dan gist; het werkt dan wel als zodanig, maar zuurdesem is oud brood dat door een bepaalde behandeling zuur geworden is en dat vermengd met het nieuwe deeg rijzend en smaakmakend werkt.
En die vermenging van het oude met het nieuwe daar gaat het nu juist om: Laat het verleden van onderdrukking en ellende helemaal achter je, want er is nu iets volledig nieuws begonnen; de tijd van gebrokenheid is voorbij, een nieuwe toekomst lacht ons uitnodigend en als een uitdaging tegemoet.
In het Nieuwe Testament is het Paulus die deze symbolische rituele handeling, die hem als Jood zo vertrouwd is, als voorbeeld gebruikt voor het leven als Christen.
Hij schrijft: "Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht".
Het Pascha dus niet als een geleidelijke overgang. Het is een radicale breuk. Een nieuw begin: je doet al het oude weg, viert feest en begint helemaal opnieuw, met een nieuw deeg. Het nieuwe deeg is echt nieuw deeg, een nieuwe start.
Onze slechte daden, onze zonden, zijn als zuurdeeg. Zoals de Israëlieten tijdens het Pascha al het desem weg doen, moeten wij onze slechte daden wegdoen. Ons Paaslam is immers ook geslacht, dat is Christus.
En dan voegen we aan deze woorden van Paulus toe: En dat geslachte Pesachlam is opgestaan uit de dood en dat gedachten en vierden we gisteren en ook vandaag'. Vieren en gedenken: Het houdt niet alleen het geloof levend, maar ook onszelf. Een bekend Joods ritueel heeft zo ook voor Christenen een voorbeeldfunctie en grote betekenis.
Er gaat een oproep vanuit, die luidt in de woorden van Paulus: "Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van het kwaad, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid".
Gedenken, vieren en doen: Alleen zo houden we de boodschap levend en vertellen we in woord en in daad, in leven en in laten die geweldige bevrijdende en levenschenkende boodschap verder en door: "Ik zeg het allen dat Hij leeft, dat Hij is opgestaan!"